Natuur

Kilometers heb ik de afgelopen weken afgelegd. Iedere doordeweekse dag. Te voet. Het verdriet eruit stampen en lopen om de in deze tijd altijd sluimerende najaarsdepressie te voorkomen.

Wandelen deed ik altijd met de hond. De lange wandelingen die ik nu maak, heb ik de laatste jaren niet meer kunnen maken omdat Bincky dat niet meer kon. Het lange pad bij de Zeijerstrubben, links langs het Noorderveld en lopend over het fietspad de heide over. Even stilstaan bij het hunebed, een beetje geschiedenis opsnuiven en dan via de Brink terug naar huis.

Als je alleen wandelt zie je meer, met hond moest ik altijd opletten welke bijtende soortgenoten we tegenkwamen en moest ik Bincky ’s jachtinstinct zien te begrenzen. Als ik met vriendinnen wandel is het net een lopend kippenhok, dan lijken we zo’n groepje mountainbikers die altijd te luidruchtig zijn in de natuur. Alleen zie ik meer, mooie stronken, het eerste herfstblad en spinnenrag met zilveren druppels in de bermen. Ik ruik paddenstoelen, vochtige najaarsgeur.

Ik geniet van de natuur en als ik zo loop te wandelen denk ik na over de natuur, bedenk dat natuurbehoud en natuurbeheer contradicties zijn. Natuur is pas echt natuur als je het zijn gang laat gaan. ‘Behoud en beheer’ is begrenzing, ingrijpen in, dan is het eigenlijk al geen natuur meer.

Op het Noorderveld zie ik de heide in rap tempo vergrassen door de bemesting van de omliggende landerijen, daar kunnen de runderen en geiten niet tegenop vreten. Bij het hunebed stond vroeger heide en na de ontginning mais, aardappels enzovoorts. Natuur, ontginning en landbouw. Soms staat het elkaar in de weg, maar dat hoeft niet altijd zo te zijn.

Als ik Erik Emmens tijdens een wandeling tegenkom, vraagt hij: ‘Kan je niet eens een stukje schrijven over de bloeiende akkerranden?’ ‘Ja, euuh, even over nadenken.’ Hij zegt nog: ‘Als je een keer om een idee verlegen zit.’ Ik zit zelden om een onderwerp verlegen, maar al wat bloeit vind ik prachtig. Ook hier zie ik een tegenstelling. Met de bloeiende akkerranden willen we de natuur terug in gebied waar oorspronkelijk natuur was en dat in de 20ste eeuw ontgonnen werd tot cultuurland.

Ik kan me verwonderen over de vele soorten en kleuren wilde bloemen die in de akkerranden staan. Namen als bolderik, meisjesogen (met prachtige donkerrode harten) cosmea en gele kamille. Akkerranden met één soort. Vooral die tientallen vierkante meters wilde margrieten zijn zo mooi, ze lijken licht te geven. Soms pluk ik een klein bosje korenbloemen. Het doet mij aan vroeger denken, toen ze nog in het graan groeiden en ik veldboeketjes voor mijn moeder plukte.

Dus, Erik en alle andere boeren in de omgeving: graag heel veel en meer van die prachtige bloeiende akkerranden rondom Zeijen.