De dag van de dit en de week van de dat

Vorige week was het de week van de euthanasie. Dat zal niemand ontgaan zijn want in de media werd er veel aandacht aan besteed. Maar wat de meeste mensen niet wisten, is dat het in dezelfde week – en wel op 16 februari – internationale pizza dag was. Kijk, dat ze de nationale molendag combineren met de landelijke fietsdag begrijp ik. Maar euthanasie en pizza’s?

Het lijkt een wildgroei van dagen en weken waarop en waarin we stil moeten staan bij van alles en nog wat. Volgens mij had je vroeger alleen Moederdag, Vaderdag, dierendag, de Boekenweek en internationale vrouwendag op 8 maart.

Dierendag op 4 oktober was blijkbaar niet genoeg, want op 4 april is het wereldzwerfdierendag. Vervolgens is het op 24 april proefdierendag en dan gaan we in de derde week van mei nog maar eens de week van het huisdier vieren. Persoonlijk is het wat mij betreft elke dag dierendag, of ze nou proef, zwerf of gewoon huisdier zijn.

Een paar jaar terug begonnen ze met de dag van de secretaresse en nu blijkt er ook een verkiezingsdag waarop de tandartsassistente van het jaar gekozen wordt. En eerste donderdag van de maand maart is het de dag van de doktersassistente. Een dag voor psychologisch assistenten is er niet, dat weet ik zeker, want ik ben er zelf een geweest. Is er al een dierenartsassistentendag? Weet iemand dat? Ik stel voor dat we gewoon één dag in het jaar assistentendag vieren met alle assistenten. Krijgen ze allemaal een bos bloemen en een dikke zoen van de baas.

Rondom eten is er ook van alles te vinden. De pizza dag had ik al gemeld. De laatste vrijdag in maart is het nationale pannenkoekdag. Ik dacht, ik zoek eens op appeldag, maar die bestaat niet. Die bestaat wel, maar ze bedoelen hier een soort dieet. Als je een dag in de week alleen maar appels eet, val je wel vijf kilo af. Beloven ze op de site.

De vraag is natuurlijk wat willen we met dit soort dagen. Dat is nogal wisselend. Ik zal de bedoeling van handdoekdag op 25 mei even uitleggen. Dit evenement is bedoeld als eerbetoon aan de sciencefictionschrijver Douglas Adams. Eerste gedachte: ‘huh, dat is vreemd.’ Maar de handdoek is in zijn boeken een terugkerende handigheid die elke intergalactische lifter bij zich moet hebben, het is maar dat je het weet.

De aller, allermooiste dag vond ik in de maand mei. De eerste zaterdag in mei is het – nee, niet gaan lachen, het is echt waar – de internationale dag van het naakt tuinieren. Wie doet er mee?

 

Roken

Dit zijn cruciale weken voor mensen die op 1 januari gestopt zijn met roken. Alles gaat weer zijn gangetje. Op een saggerijnige regenachtige maandagmorgen neem je een trekje van een collega en denkt: ach, eentje maakt toch niet uit. Ik hou het al twee maanden vol. Zwak moment en dan is de mens is geneigd te denken: helaas mislukt. En je begint weer.

Ik heb ook gerookt. Voor het eerst geprobeerd toen ik een jaar of twaalf was. Nooit vergeten, ik zie het nog zo voor me. Vakantie op de Veluwe. Samen met een vriendje en vriendinnetje zaten we achter op de bumper van de Volkswagen Kever van haar ouders. Toen we er eentje op hadden, wisten we niet wat we met de rest moesten, dus rookten we met zijn drieën het hele pakje leeg. Groengrauwe gezichten, misselijk, doodziek waren we. Dat onze ouders niets merkten, kan ik me nu niet voorstellen, de rooklucht moet diep in onze kleren en haren zijn doorgedrongen. Maar goed, ik was niet gewend om stiekeme dingen te doen en ik kon een week niet slapen. Toen biechtte ik het midden in de nacht op aan mijn moeder. Die reageerde verstandig en zei: ‘Omdat je zo eerlijk bent, krijg je geen straf, maar je moet het echt niet meer doen’. Dat het ongezond was vertelde ze er niet bij, het was in de tijd dat mijn vader stevig rookte en mijn moeder voor ‘de gezelligheid’ meedeed. Het was de tijd dat roken gewoon was.

Als vijftienjarige ging ik toch roken. Waarom? Ik weet het niet. Stoer doen, meedoen. Zoiets zal het wel geweest zijn.

Bijna vijfentwintig jaar geleden ben ik gestopt en dat was niet gemakkelijk. Wij besloten om in de zomervakantie op te houden met roken. Daar zaten we in ons tentje, een week lang in de stromende regen. Dat was gedoemd te mislukken. Andere aanpak na de vakantie. Erno stopte eerst. Op een zondag zijn laatste shagje. Colt Turkey. Ik heb afgebouwd tot het trouwfeest van vrienden in oktober. Dat was voor mij een passende methode. We hielden het beide vol.

Een paar maanden later overleed mijn moeder veel te jong aan een hartinfarct. Ze werd maar zevenenzestig. Het stomme was dat mensen in mijn omgeving toen zeiden dat ze zich voor konden stellen dat ik weer begon met roken. Dat ik troost zou zoeken in een sigaret. Woest werd ik. Voor mij was het overlijden van mijn moeder juist een rede om echt nooit meer te willen roken, want in haar familie kwam veel hart en vaatziekten voor.

Dus ex-rokers met rook neigingen. Zet door! Ook als je een zwak moment hebt. Jullie kunnen het!

Spelen

Boven in de logeerkamer is het ineens een enorme herrie, gebonk, heen en weer rennen en luid gelach. Dat zijn de momenten dat ik altijd even ga kijken of vragen wat de kleinkinderen aan het spelen zijn. Zo wild, daar kan bijna alleen maar gehuil van komen. Als ik onder aan de trap sta en vraag wat ze aan het spelen zijn, schreeuwt Evie: ‘Oma, we zijn een eiergevecht aan het houden, dat is leuk.’ Felix beaamt het direct: ‘Ja oma, dat is vet cool.’ Het duurt even voor het tot me doordringt wat ze aan het doen zijn. Ze hebben dus de zak met EMTE-eieren gevonden. Die goudgekleurde plastic eieren met een figuurtje erin die je bij de boodschappen krijgt. Ik roep dat ze voorzichtig moeten zijn, vooral met elkaar en laat ze verder razen. Af en toe hebben ze dat nodig, zeker als ze weinig buiten zijn omdat het zo’n rotweer is.

Als Evie en Felix hier logeren doen we veel dingen met hen samen zoals naar musea of naar de film gaan. Maar ze spelen natuurlijk ook alleen en met elkaar, zodat ik even iets kan huishouden of koken. In die negen jaar dat ze een voor een geboren zijn, hebben we – naast wat we al hadden aan lego en boeken – heel wat speelgoed verzameld. Knuffels, een poppenbedje, autootjes, een houten fornuisje met pannen en nog meer lego en nog meer boeken.

Favoriet is bij beide de doos met priegelige poppetjes en sprookjesfiguren die ik verzameld heb met boodschappen doen. Aangevuld met soldaatjes en indianen van Erno en boerderijdieren van mij van vroeger. Uren achter elkaar liggen ze op de grond te spelen, samen of alleen gesprekken voerend met de figuurtjes. Af en toe word ik uitgenodigd om mee te doen. ‘Oma, wil jij prinses Aurora spelen?’ vraagt Evie mij. Of Felix staat voor me met een versleten plastic tijger en brult:’Grouououwww, ik ben een leeuw. Wil jij de prooi zijn en wegrennen?’ Nou, en dat doe ik dan maar. Ik krijg instructies voor mijn rol als prinses en laat me door de brullende leeuw het huis doorjagen.

Natuurlijk ben ik ook altijd een gewillig slachtoffer van hun kookkunsten als ze met het fornuisje spelen. Dan eet ik me vol met diezelfde goudgekleurde plastic eieren maar dan gebakken of ik krijg een mengsel van ongekookte macaroni, verkruimelde koekjes en water.

Zoon Tom merkte op dat hij het zo leuk vindt dat Erno en ik echt met de kinderen spelen, dat er zo weinig volwassenen zijn die dat doen. Dat is een fijn compliment, maar ik kan me niet voorstellen dat je niet speelt met je kleinkinderen. Het is puur genieten om weer even kind met de kinderen te zijn.

 

De afwas

Wij hebben geen afwasmachine. Die zat niet in het huis toen we hier kwamen wonen en het is er nog altijd niet van gekomen om een nieuwe keuken te plaatsen. We doen de afwas nog met een afwasborstel, een schuursponsje en afwasmiddel. Lang gebeurde dat ook nog in een afwasteiltje en hadden we een afdruiprek. Tegenwoordig wassen we af in de gootsteen en zetten dan alles op een theedoek op het aanrecht. Volgens mij komt er een generatie aan of misschien is die er zelfs al die niet eens weet wat een afdruiprek is.

Ik moet overigens niet zeggen ‘we’ maar ik. Als iemand verbaasd uitroept: ’Goh, hebben jullie geen afwasmachine? dan antwoord ik altijd: ’Ik ben de afwasmachine.’ Erno helpt natuurlijk weleens mee, maar vaker is het, het eerste wat ik de volgende morgen doe als hij naar het werk is. Heb ik een hekel aan afwassen? Soms, maar meestal is het een klusje van niets. We zijn maar met zijn tweeën en maken niet zo veel vuil. Met verjaardagen, feestjes, dan lijkt het me weleens handig. Maar het is altijd gezellig om na zo’n evenement samen af te wassen en na te praten over alle gesprekken met de mensen die er waren.

Omdat we zo’n ding thuis niet hebben, is het in de vakantie altijd een ongekende luxe als we een zomerhuisje met afwasmachine huren. Dan heb ik altijd het gevoel dat ik pas echt vakantie heb, alles wat we dan gebruiken aan servies gaat direct dat apparaat in. Het meest geniet ik die paar weken per jaar dan ook van een compleet lege aanrecht want dat hebben wij thuis niet. Er staat altijd wel iets, een kopje of een glas.

Het gekke is dat veel directe familie ook geen afwasmachine heeft. Mijn schoonouders niet, mijn schoonzus en zwager niet en ook mijn zus en haar man hebben er geen. Allemaal met zijn tweeën, geen kinderen of de kinderen de deur al uit.

Als ik weer eens baal van afwassen en naar de woonkamer roep: ‘morgen ga ik een afwasmachine kopen’, vraag ik me meestal direct af: wat is nu groener een afwasmachine of met de hand afwassen? Ze zeggen dat een vaatwasser per afwas vier keer meer energie verbruikt, maar dat de handafwas als je de kraan laat lopen of voorspoelt met veel warm water, net zo veel verbruikt.

Ik blijf dus voorlopig maar gewoon met de hand afwassen en tegen de tijd dat we zin hebben in een nieuwe keuken, zijn er vast wel afwasmachines die heel erg zuinig zijn. Hoop ik.

 

 

Simpe sampe sompe

We kennen allemaal wel het liedje van Hannes die op klompen loopt. ‘Door de plassen dat het spat, broek en kousen worden nat, moeder roept: Hans, laat dat hoor! maar Hannes die stapt stevig door.’

Zo voelt dat ongeveer als ik nu ga wandelen. ‘Splats, splats, splats’. Slurpend trek ik mijn laarzen uit de blubber. In mijn beleving is het nog nooit zo nat geweest als in deze wintermaanden. Als ik Bincky uitlaat op de Wiek, laveer ik tussen plassen, dikke modder en kuilen. Het water komt tot mijn enkels en ik hup met zevenmijlspassen van graspol naar graspol om nog enige stevigheid onder mijn voeten te voelen en niet uit te glijden. Als ik thuis kom moeten mijn laarzen en de hond onder de douche en blijf ik oude handdoeken aanslepen om Bincky af te drogen.

De een zegt dat het door de opwarming van de aarde komt – de klimaatverandering – en een ander blijft cool en weet zeker dat we vaker van die natte en zachte winters hebben gehad. Kijk, ik weet het niet, ik ben geen wetenschapper. Meestal denk ik: het is van alles wat. Een beetje vervuiling en een beetje van: het weer is nou eenmaal veranderlijk. Maar ik heb natuurlijk wel een mening. Het zou namelijk zo maar kunnen, dat het de schuld is van het natuurfenomeen El Niño. Die is zelden zo sterk geweest als dit seizoen. Hij spookt eens in de drie tot zeven jaar rond de evenaar en zorgt daar voor extreme droogte maar ook enorme wateroverlast door regen. Volgens de weerdeskundigen heeft deze temperatuurstijging van het zeewater in de Stille Oceaan nauwelijks effect op het weer in Nederland. Het voorjaar kan iets natter zijn, lees ik. Daar moet ik toch niet aan denken, dat we na deze winter ook nog een nat voorjaar krijgen. Dan mogen we blij zijn dat Zeijen relatief hoog op het zand ligt. Maar laten we het niet al te negatief bezien, dit weer is goed voor de verkoop van kaplaarzen.

Goed, als ze dus zeggen ‘nauwelijks effect’ is het effect er wel degelijk en wie weet kan het zo zijn, dat bij een heel sterke El Niño het effect in Nederland veel sterker is. Hij is een echte hij, want El Niño heeft een zusje en tegenhanger La Niña. Bij La Niña zijn de zeewatertemperaturen juist lager in de Stille Oceaan. Haar effecten zijn averechts, in gebieden waar het door El Niño droog is, is het dan extreem nat en andersom. Er zijn zelfs onderzoekers die haar de schuld geven van griepepidemieën.

Voorlopig loop ik hier te simpe sampe sompe, op laarzen en niet op klompen en verlang ik naar een paar droge weken met veel zon.

 

museumbezoek

 

 

Het doet mij veel plezier dat mijn kleinkinderen van museums houden. Ze hebben beide een museumjaarkaart. Vooral Evie doe ik een groot plezier als we naar een tentoonstelling gaan. Ze staat open voor alles, beelden, schilderijen, oudheidkunde. Toen ze in de kerstvakantie hier waren, zijn we naar de tentoonstelling over de Glasgow Boys in het Drents Museum geweest. Prachtige schilderijen die ik zelf ook graag wilde zien.

Met kinderen naar het museum leverde nog nooit problemen op, dus ik was verbaasd dat de dame achter de kassa nogal kribbig reageerde en mij streng toesprak dat ik ze wel in de gaten moest houden. Evie hoef ik dat niet uit te leggen maar Felix wil overal aanzitten en dat begrijp ik wel, ik wil ook altijd voelen aan beeldhouwwerken en met mijn handen een schilderij strelen, maar dat mag nou eenmaal niet.

Het was hartstikke druk, Evie liep zelf rond en Felix had ik maar een hand gegeven. Met kinderen loop je ook anders rond te kijken. Zij hoeven niet bij ieder schilderij stil te staan, ze vinden het mooi of niet en ventileren dat duidelijk. Dat zorgt voor lachende mensen en geïrriteerde bezoekers. Die laatste zet ik altijd meteen haatdragend weg als zogenaamde kunstkenners. Die hebben het niet over mooi en lelijk maar denken alleen maar in termen van kunst met een grote K en kennen alleen grote namen. Ze kleden zich ook artistiekerig en kijken met hun lelijke modieuze brillen hooghartig neer op de mensen waarvan zij denken dat ze minder zijn. Maar goed, die lachende mensen staan gelukkig wel open voor kindercommentaar. Als Evie voor een schilderij staat en zegt: ‘Oma moet je eens kijken hoe prachtig de schilder de weerkaatsing van de bomen in het water heeft geschilderd?’ Sta niet alleen ik, maar nog een ouder echtpaar te genieten van haar opmerkzaamheid. Ze heeft dat heel goed gezien. Hilarisch vindt ze een schilderij met een stel tennissters met lange rokken aan. Ze kan er niet over uit dat men vroeger met zulke onhandige kleren aan moest sporten.

Als ik genoeg heb van de drukte gaan we naar de bijzondere beelden van de Duitse beeldhouwster Laura Eckert kijken. Daar kom je die zogenaamde kunstkenners niet tegen, we liepen er met z’n drietjes rond. Dan moet ik zowel mijn eigen handen als die van Felix op de rug vastbinden. Hier willen wij overal aanzitten maar dat mag nou eenmaal niet. Evie en Felix willen weten of de beelden anatomisch kloppen en nemen de houdingen van de beelden aan, dat levert een paar mooie foto’s op. Als we na uren weer naar huis gaan mogen ze in de museumwinkel nog een ansichtkaart uitzoeken. Zo genieten wij van kunst!

 

Columns

Sinds februari 2015 schrijf ik columns voor de website van het dorp waar ik woon. Hier zijn deze korte stukjes terug te lezen.

Ben je benieuwd naar mijn laatste column? Ga dan naar www.zeijen.nu. Elke vrijdag wordt er een nieuwe geplaatst.